Klaske Bakker Schrijven, Verhalen, Lezen, Boeken
Klaske Bakker, Schrijven, Verhalen, Lezen, Boeken
 
gekvanreizenwebkopie-300x300.jpg

Terugreis

 

De trein rijdt langzaam en staat zo nu en dan even stil, alsof hij me de tijd wil geven om na te denken en zo nodig terug te keren. Is deze reis inderdaad geen goed idee, zoals Gijs me heeft voor gehouden? Misschien heeft hij gelijk, maar toch heb ik het gevoel niet anders te kunnen.
Vorige week was mijn blik gevallen op de rouwadvertentie in de krant. Ongetwijfeld kwam het door de naam, die je tegenwoordig bijna niet meer ziet. De naam van de man die nog vaak in mijn gedachten was: Adrianus de Groot. Mijn hart was sneller gaan kloppen bij het lezen van het bericht en de afgelopen dagen was de onrust niet meer verdwenen. Ik had de advertentie telkens opnieuw gelezen en gisteren had ik besloten om naar de begrafenis te gaan. Gijs vond het een onzinnig idee.
‘Ik begrijp je niet, Marga’, zo had hij gezegd. ‘Wat heb je daar nog te zoeken?’.
Ik kon het hem niet uitleggen. Hij zou het niet begrijpen.
Ik staar door het smerige raampje naar buiten en mijn gedachten dwalen af naar de tijd dat ik nog verkering had met Adrianus. Ik denk terug aan onze fietstochten over de dijk langs de rivier, hand in hand, haren in de wind, pratend en lachend en fantaserend over later. Nog steeds word ik week bij de herinnering aan zijn stem en zijn lippen op mijn mond en kan ik opnieuw de pijn voelen die ik voelde toen hij me zo maar verliet.
‘Waarom?!’, had ik hem wanhopig gevraagd.
‘Ik kan er niet over praten’, was alles wat hij had gezegd.

Met de nodige vertraging bereik ik mijn bestemming. Vanaf het station haast ik me naar de kerk waar ik vroeger ook vaak kwam. Mijn hakken tikken op de klinkers en ik vraag me af of het lichtgrijze broekpak wat ik draag niet te vrolijk is voor deze gelegenheid. In de kerk neem ik plaats op één van de houten bankjes waar ik mijn benen nauwelijks kwijt kan en mijn rug al gauw pijn doet van het zitten. Ik zie bekende gezichten van vroeger. Sommigen merken mij ook op en knikken naar mij. Toch voel ik me ongemakkelijk. Een gevoel hier niet te horen.
Terwijl de klokken luiden, wordt de kist de kerk in gedragen. We zingen gezangen en psalmen, net als vroeger, en ik merk dat ik het fijn vind. Ik word er rustig van. Misschien is kerkgang wel een betere remedie tegen de drukte en hectiek van het moderne leven dan yoga of meditatie, zo gaan mijn gedachten. Een dochter van Adrianus leest een zelfgemaakt gedichtje voor. Het ontroert me en door haar woorden voelt het alsof Adrianus nog even bij me is.
Na de dienst sluit ik me aan in de rij en condoleer de familie. Jannie en Ina, de zussen van Adrianus reageren stug als ik ze de hand schud. Ik voel een afstand die me verwart. Heel wat jaren was ik kind aan huis bij hen. Ik beschouwde hen in die tijd als vriendinnen. Vinden ze het niet leuk om mij weer te zien?
Ik aarzel even, maar besluit toch te blijven voor de koffie en de cake. Net als ik een plaatsje gevonden heb, komt Ina naar me toe.
‘We zijn verbaasd je hier te zien’, zegt ze. ‘Je hebt Adrianus destijds zoveel verdriet gedaan’, vervolgt ze.
Verbaasd kijk ik haar.
‘Hij was er kapot van’, zegt ze bozig.
Ik krijg het warm en het kopje met schotel trilt in mijn handen.
‘Ik weet niet wat je bedoelt’, zeg ik, met dichtgeknepen keel.
‘Dat jij hem zo bedrogen hebt’, zegt ze.
‘Ik hem bedrogen?’, weet ik met moeite uit te brengen.
‘Marga, doe nu niet alsof je van niets weet’, zegt ze. ‘Dat maakt het alleen maar erger’.
Ik voel hoe het zweet me uitbreekt en mijn handen voelen klam.
‘Gijs had jou gezien met die jongen van Bouman’.
Ze pauzeert even en zegt dan: ‘Gijs vond dat Adrianus het moest weten’.
Mijn oren beginnen te suizen alsof ze weigeren de woorden nog langer te horen. Zonder een woord uit te brengen staar ik Ina ontzet aan en mijn gedachten gaan als een razende tekeer. Ik met Jaap Bouman? Die lange slungel met zijn malle bril, die me altijd naar huis bracht na de muziekles? Het idee alleen al vind ik hilarisch. Bijna schiet ik in de lach, maar dan besef ik in een flits wat haar woorden echt betekenen. Gijs die tegen Adrianus heeft verteld dat....De grond zakt weg onder mijn voeten. De wereld om me heen lijkt te draaien. Wankelend loop ik het zaaltje uit, pak mijn jas van de kapstok en in een waas bereik ik het station.

Wederom rijdt de trein langzaam en stopt zo nu en dan, alsof hij mij ook deze keer wat extra tijd gunt. Ik voel hoe de tranen over mijn wangen rollen. Ik heb de kracht niet om ze tegen te houden. De woorden van Ina galmen nog na. Ik kan en wil niet geloven wat ze heeft gezegd, ook al wordt alles mij opeens duidelijk.
Hoe Gijs me had opgevangen na de breuk met Adrianus en me ervan had weten te overtuigen, dat Adrianus niet de juiste man voor me was.
‘Iemand die je zo maar laat zitten, is jou niet waard’, had Gijs gezegd.
En ik had hem geloofd. Bij Gijs had ik mijn rust terug gevonden. Al snel trouwde ik met hem en we verhuisden naar de andere kant van het land. We kregen twee dochters. Lieke en Anna waren alles voor me en ik dacht dat ik gelukkig was.
Als de trein het station van mijn woonplaats binnenrijdt, zie ik de meisjes op het perron staan. Hun lange blonde haren wapperen in de wind en ik zie dat Lieke haar nieuwe rode jasje aan heeft. Ze zwaaien naar me. Voordat ik uitstap verzamel ik al mijn krachten en veeg mijn tranen weg. Krampachtig glimlachend ga ik mijn dochters tegemoet. Gearmd lopen we naar huis.
'Papa heeft lasagne gemaakt', zegt Anna.
'Je lievelingseten', voegt Lieke er aan toe.

Opgenomen in mijn verhalenbundel 'Blauwe tongen', uitgeverij Elikser. Eerder verschenen in: Gek van reizen, Uitgeverij Kontrast.