Klaske Bakker Over schrijven en boeken
Klaske Bakker, Over schrijven en boeken!
 

Stille nacht

Zachtjes schuif ik het gordijn een stukje opzij en ik kijk naar buiten, onze straat in. Het licht van de lantaarn schijnt over de bladerloze bomen in de voortuin. De auto’s staan keurig gerangschikt op de opritten voor de huizen. Op hun ruiten heeft zich een dun laagje ijs gevormd. De buren tegenover hebben de kliko alvast klaargezet op de stoep. Het deksel ervan is wit beslagen.

Het is vier uur in de nacht en op het geblaf van een hond in de verte na is het volkomen stil. Iedereen is in diepe rust. Schijnbaar voelt men zich veilig genoeg om zich over te geven aan de slaap. Oké, misschien liggen sommigen wakker, net als ik. Omdat ze zich zorgen maken over het een of ander, boos zijn om iets of te druk zijn in hun hoofd. Maar niet omdat men bang is dat de aarde opeens gaat beven, een vloedgolf ons zal overspoelen, een vreemde mogendheid ons land zal binnendringen. Natuurlijk zou ons dit alles kunnen overkomen, niets is zeker, maar schijnbaar is de kans zo klein en op dit moment zo irreëel dat wij niet echt bang zijn. We ons daarom weerloos durven maken. Onbeschermd. Allemaal tegelijk.

Ik schuif het gordijn terug en kruip weer in mijn bed dat nog een beetje warm is. Over een paar uur zal iedereen ontwaken. De lichten in de huizen zullen aanspringen, het water in de douches zal gaan lopen, t.v. ’s zullen worden aangezet voor het ochtendnieuws, autoruiten zullen worden schoongekrabd. De bedrijvigheid en het rumoer van de dag zullen de nacht doen vergeten en daarmee de stilte. De stilte van de nacht.

Geplaatst Overbetuwenieuws 12-1-22

 

Anne

‘Ze was gaan fietsen.’
Deze zin speelt nog vaak door mijn hoofd. Omdat ik ook vaak ‘ga fietsen’. Dat doe ik nu ik de 60 gepasseerd ben, maar dat deed ik ook al op mijn 25ste. Het liefst alleen.

Langs de rivier, door het bos of in de polder. Lekker uitwaaien. Al mijn warrige gedachten een plekje geven. Frisse lucht door mijn longen laten stromen.
Fietsen geeft mij het ultieme gevoel van vrijheid. Het pad inslaan dat ikzelf gekozen heb. Linksaf of rechtsaf. Dat maak ik zelf wel uit. En daarna weer huiswaarts keren. Bezweet of verregend. Maar altijd weer naar huis.

Ik stel me voor dat het bij Anne ook zo gegaan is. De drukte van de week ‘eruit fietsen’. Tegen de wind in, regenvlagen trotserend. Zich ondertussen verheugend op het vrije weekend dat voor haar lag.
Maar Anne is nooit meer thuisgekomen. En daar moet ik nog vaak aan denken.

Geplaatst op Schrijverspunt 8-1-22

 

Hoge Noot

Spoorbrug Hoge Noot in Park Lingezegen is een van mijn favorieten. Als ik vanuit de Mozartstraat te Elst De Park in fiets, zie ik haar al liggen, sierlijk gedrapeerd over de spoorbaan, volledig opgaand in de omgeving.

Wanneer ik mijn weg vervolg over de betonplaten die het plaveisel vormen van het fietspad door De Park, passeer ik na enige omwegen het bezoekerscentrum, om vervolgens uit te komen op de Notenlaan. Een kaarsrechte statige avenue, omzoomd door rijen notenbomen, waar de brug haar bijzondere naam aan te danken heeft.
Al fietsend over de klinkers van deze laan, zie ik in mijn gedachten het kasteel voor me verrijzen dat hier ooit gestaan heeft en waar ik zal worden ontvangen door de graaf en gravin die daar resideren. Ze hebben me uitgenodigd voor hun diner, waarbij het tijdens de jacht geschoten zwijn zal worden opgediend en waarbij muziek zal klinken van rondreizende troubadours.

Maar voor ik verder kan fantaseren houdt de laan al weer op en kom ik terug in de wereld van nu, als voor mijn ogen het bruggetje verschijnt. Ik verlaat de hobbelige straat en als vanzelf vervolg ik mijn weg omhoog over het gladde asfalt. Bovenaan gekomen stap ik af en kijk om me heen. In de verte aan de ene kant de toren van de Grote Kerk van Elst, aan de andere kant de grijsgedakte huizen van woonwijk de Schuytgraaf in Arnhem. En dan opeens het daverende geluid van een naderende trein die even later onder me doordendert en die ik met mijn ogen volg tot hij in de verte is verdwenen.

Nog onder de indruk van het plotseling passerend geweld, stap ik weer op mijn fiets en zoef in hoge snelheid het bruggetje af naar beneden. Voor ik mijn weg vervolg richting Het Waterrijk kijk ik nog eenmaal om naar de Hoge Noot, zoals ze daar ligt, bescheiden, maar elegant en boven alles verheven.

Geplaatst in Overbetuwenieuws 2-1-22

 

 

Helemaal niets

‘Wat ga je dan straks doen?’ vraagt een collega, als ik vertel dat ik ga stoppen met werken. Ik schrik van haar directe vraag, omdat ze in mijn beleving te snel gaat en iets overslaat, ik eerst haar medeleven had verwacht. Iets in de trant van: ‘Goh, wat goed’ of ‘Wat een verrassing’. Zoiets.

Ik weet daarom niet zo goed wat ik moet antwoorden en tot mijn eigen verbazing krijg ik het gevoel tekort te schieten en daarom bedenk ik vlot een paar dingen die al wel ergens in mijn hoofd rond zweven, maar nog niet strak omlijnd zijn. Maar voordat ik die ideeën naar buiten kan brengen, doet ze zelf al een suggestie.
‘Ga je nog een boek schrijven?’
‘Eh, ja, dat ook wel, denk ik, als het lukt, misschien… ‘
‘Of ga je solliciteren?’
‘Nou nee, dat denk ik niet.’
Ik voel me steeds verder in het nauw gedreven, omdat ik het gewoonweg nog niet weet. Nou ja wel weet, maar het niet durf te zeggen tegen iemand die zich een leven zonder werk niet kan voorstellen. Die haar identiteit ontleent aan de baan die ze heeft, de prestaties die ze levert. Iemand die is, zoals ik zelf ook was. Jarenlang. Altijd de beste willen zijn. Nooit een steekje laten vallen. Tot ik op een dag besefte dat de energie op was. De klachten die ik had steeds erger werden en niet langer te negeren waren.

‘Je zult toch wel iets van een plan hebben?’ doet ze nog een poging.
‘Ja zeker,’ zeg ik en bedenk dat het me ook helemaal niets kan schelen. Het mijn leven is en zij mag denken wat ze wil.
Ik kijk haar nu recht aan en zeg: ‘Ik ga voorlopig helemaal niets doen!’
‘Niets?’ zegt ze en ik meen iets van medelijden in haar blik te zien, maar dat kan ook verbeelding zijn, omdat ik het zelf ook nog niet geloven kan.

Geplaatst op Schrijverspunt 22-12-21

 

 

Winterdag

Onze twee kittens, Milou en Zoey, zijn na een ochtend springen en razen door het hele huis, verzeild geraakt in een diepe slaap. Gezusterlijk delen ze hun nieuwe mand, de lijfjes dicht opeen gepakt, de staarten met elkaar verstrengeld.

De donkerte hangt al in de lucht, ook al is de middag nog maar halverwege. In de magnolia zweven flarden nevel, restanten van de mist die tot ver in de ochtend de wereld aan het oog onttrok. Door de opstijgende warmte van de radiator bungelen de kerstballen die voor de ramen hangen zachtjes heen en weer en de vlammetjes van de kaarsen flakkeren zonder onderbreking.
Zo nu en dan hoor ik de poesjes zachtjes grommen. Verder is het stil in huis. Ook buiten geen enkel geluid van stemmen of gelach van spelende kinderen, van geraas van naderende auto’s, van knallend vuurwerk in de verte. Het lijkt alsof iedereen binnen is gebleven deze dag of dat men naar elders is vertrokken, zonder het mij te vertellen.

Het boek dat ik aan het lezen was, sla ik dicht en mijn gedachten dwalen af naar het leven buiten dat er hoe dan ook moet zijn. Soms heb ik het gevoel dat er twee werelden bestaan. Die van mezelf en de mijnen en die van de anderen die ik niet ken, maar waarvan ik zo nu en dan een glimp opvang via krant of tv. Kinderen met bolle buikjes van de honger, mensen op de vlucht in gammele bootjes of zich verschuilend tegen rondvliegende kogels.

Mijn eigen leven is niet zonder zorgen of gedoe, maar overwegend harmonieus en vredig en ik voel me vrij om te doen en te zeggen wat ik wil. Als ik trek heb, dan pak ik een snee brood, een homp kaas of een lekkere koek. Wanneer ik ziek ben, ga ik naar de dokter en zo gauw het nacht wordt, nestel ik me in mijn zachte, warme bed. Ik kan gaan dansen, gaan sporten en elke dag een boek gaan lezen. Ik heb een tuin om in te zitten en een appelboom om me te beschermen tegen te veel zon. Ik kan mijn mening geven als ik wil en het ergens niet mee eens zijn, zo vaak ik belief.

Milou opent haar oogjes, staat op en rekt zich langzaam uit. Zoey volgt haar voorbeeld en nog loom van de slaap komen ze naar me toe en nestelen zich op mijn schoot. Ik aai hun vacht en kroel ze in hun hals. Zacht, lief, onschuldig en al mijmerend op deze koude winterdag, besef hoezeer ik het getroffen heb met mijn leven hier in Nederland en ik vraag me af of ik me had kunnen redden als het anders was geweest.

Geplaatst Overbetuwenieuws 21-12-21

 

 

Op het terras

Dinsdagmorgen rond elven strijken we neer op een terras in Samos-stad voor een kop koffie. Naast ons zitten drie jonge vrouwen gezellig met elkaar te praten. Ze laten elkaar hun aankopen zien en lurken aan de rietjes in hun glas met koude koffie.

Na een tijdje voegt een man zich bij hen. Zijn kin is ongeschoren en de woeste krullen die zijn hoofd bedekken zijn ongekamd. De vrouwen staken hun gesprek meteen en luisteren naar de man die zo te horen veel te vertellen heeft.

Elastiekjes die hun haren bijeen bonden worden geruisloos verwijderd. Shawltjes die hun hals bedekten verdwijnen in de tas. Zo nu en dan lachen ze om hem, hoog en schel. De genoeglijkheid van even geleden is voorbij. De strijd is begonnen.

Geplaatst op Schrijverspunt 5-10-21