Klaske Bakker Schrijven, Verhalen, Lezen, Boeken
Klaske Bakker, Schrijven, Verhalen, Lezen, Boeken
 

Rode lippen

Bij de herinrichting van de Dorpsstraat zijn ook de massief houten bankjes, grenzend aan het terras van de ijssalon tegenover het gemeentehuis, verdwenen. Jammer. Ik zat graag op zo’n bankje als ik in mijn eentje een ijsco at, verscholen achter het groen, met uitzicht op de waterfontein. Soms nam iemand naast mij plaats en zo nu en dan leidde dat tot verrassende gesprekjes.
Zoals vorig jaar toen tijdens de eerste warme lentedag een oudere dame naast mij kwam zitten. Zij droeg een witte zomerjurk met een wijdvallende boothals, waardoor haar gerimpelde decolleté volledig te zien was. Haar lippen waren rood gestift, haar nagels netjes gelakt en haar opgezwollen voeten in smalle pumps geperst. Ik kreeg het gevoel alsof ze voor het eerst naar buitenkwam, na een lange winter opgesloten te hebben gezeten in de verzorgingsflat, waarvan de geur nog vaag om haar heen hing.
‘Een mooie dag vandaag’, zei ze vriendelijk.
‘Ja heerlijk’, zei ik.
Wij keken samen naar de spelende kinderen bij de waterfontein en wat mij betrof was dat voldoende, zo samen zitten en samen kijken, maar daar dacht zij blijkbaar anders over.
‘Mijn man is vorig jaar overleden’, zei ze.
‘Wat erg’, zei ik gemeend.
Ook al had ik niet zoveel zin in treurige verhalen op deze mooie dag, ik gunde haar een praatje, want misschien was ik de enige die zij deze dag zou spreken. Daarom vroeg ik of hij ziek was geweest. En zij vertelde over de kanker die hem had gesloopt, de zware chemokuren die niets hadden geholpen en hem alleen maar zieker hadden gemaakt.
‘Heeft u kinderen?’, vroeg ik, toen ze uitverteld was.
‘Neen’, zei ze. ‘Helaas konden wij geen kinderen krijgen.’
Ze zei het zakelijk bijna, zonder emotie en ik bedacht dat ze het verdriet om haar kinderloosheid waarschijnlijk al lang een plek gegeven had, waardoor het nu geen issue meer was. Maar ik bedacht ook hoe alleen ze nu moest zijn. Zonder man en zonder kinderen die zich om haar bekommerden.
‘Maar ik ben niet alleen hoor’, zei ze, ‘als u dat mocht denken.’
Ik zei niet wat ik had gedacht, maar keek haar nieuwsgierig aan.
‘Ik heb een vrouw ontmoet’, zei ze. ‘Een hele lieve vrouw en sinds een paar maand wonen wij samen. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.’

Verschenen op: www.onsoverbetuwe.nl