Klaske Bakker Over schrijven en boeken
Klaske Bakker, Over schrijven en boeken!

Het boek ligt bij de drukker!

Het verlaten tuinhuis V LR aangepast.jpg

Alles is klaar! Alles driedubbel nagekeken, geredigeerd en gecorrigeerd. Uitvoerig overleg gehad over het ontwerp voor de omslag en de tekst op de achterkant. Nog een laatste blik op het binnenwerk en toen de eerste proefdruk, met alles erop en eraan. Toch nog een paar details gevonden die niet klopten en die nog aan te passen waren ...

En dan is nu alles definitief en heeft de uitgever het complete pakket naar de drukker gestuurd en verwacht ik eind deze week het eerste stapeltje boeken met de titel 'Het verlaten tuinhuis'!

Het moment dat de postbode aanbelt met aan zijn voeten een grote doos en je weet dat ze daarin zitten, de boeken met jouw naam erop, dat moment is zo allemachtig prachtig ...

Ik zit er klaar voor!

Het verlaten tuinhuis verschijnt 27 november!

Het verlaten tuinhuis V LR.jpg

Jaren achtereen waren Daniël en Fay hun gasten geweest en de band die in die jaren was ontstaan, had standgehouden nadat Daniël en Fay hun eigen huisje op het eiland hadden gekocht, maar het was een vorm van vriendschap die was gebaseerd op zomers geluk met gezellige avonden op het terras en zo nu en dan een gezamenlijk etentje ergens in het centrum, en ze waren er niet zeker van of dat voldoende was om de huidige situatie het hoofd te kunnen bieden. Met name Sofia was bang dat ze de verkeerde dingen zou zeggen, te veel zou vragen of juist te weinig.

Daniël en Fay hebben een paradijsje op een Grieks eiland. Jaren achtereen gaan ze er met veel plezier naar toe. Tot er iets vreselijks gebeurt met hun kleindochter, dat hun leven op zijn kop zet. Verteerd door schuldgevoel en van elkaar verwijderd door het zwijgen, proberen Daniël en Fay elk op hun eigen wijze met het gebeuren om te gaan.
Daniël gaat regelmatig naar zijn oude vriend Louis, in een dorpje ver weg in de bergen. Maar op een dag doet Louis niet open. Er heeft zich een nieuwe tragedie voltrokken. Als Daniël in het verleden van Louis duikt, komt hij tot een verbijsterende ontdekking.

 

 

Contract getekend!

boek blanco.png

Over de titel zijn we het al eens, maar deze houd ik nog even geheim!

Het is nu officieel: vandaag heb ik het contract met de uitgever getekend! Ze gaan aan de slag met de redactie en vormgeving van mijn manuscript. Zo gauw een en ander voltooid is, zal ik er mijn licht op laten schijnen. Samen gaan we ervoor zorgen dat het een prachtig boek wordt met  een schitterende cover en sprankelende zinnen. 

Ik heb er zin in! 

Nieuw boek!

boekje.jpg

Bericht van de uitgever:

"Met veel plezier heb ik je nieuwe boek gelezen. Wat ben je er toch een meester in om de nieuwsgierigheid zo goed op te voeren dat je niet anders wilt dan alleen maar verder lezen.
Uitermate boeiend, goed uitgewerkte karakters, kortom: ik wil het graag uitgeven.
Zullen we een afspraak maken?
Laat maar weten wanneer het je past."

Het is zover: over een paar maand zal mijn nieuwe roman het daglicht zien!!

Ben je nog aan het schrijven?

Dit is een vraag die ik de laatste tijd weer vaak krijg. Mogelijk omdat men met smart zit te wachten op een vervolg op Het familieweekend of gewoon uit belangstelling? Na twee boeken te hebben uitgegeven is het ook een vrij normale en voor de hand liggende vraag. Temeer omdat je niets merkt van het werk van de schrijver zolang het de buitenwereld niet heeft bereikt. Maar het antwoord is natuurlijk: jazeker, ik ben nog aan het schrijven! Altijd, elke dag. Het is al jarenlang iets waar ik niet meer zonder kan. Zoals de geoefende wandelaar zich geen week zonder een stevige wandeling kan voorstellen, zo kan ik mij niet meer voorstellen dat ik niet schrijf. Dat wil niet zeggen dat het elke dag hoogdravende literatuur is wat uit mijn pen komt. Soms zijn het wat met de hand geschreven regels in mijn notebook of soms is het lange mail aan een vriendin.
Maar ik moet eerlijk zijn, de laatste maanden ben ik heel serieus verder gegaan met het boek waar ik twee jaar geleden al een start mee had gemaakt, maar wat ik door omstandigheden een tijdlang heb moeten laten liggen. En als ik zeg 'serieus', dan bedoel ik eigenlijk 'fanatiek'. Zo gauw ik wist hoe het verder moest gaan, was ik niet meer te stoppen. Elk vrij uurtje, elke vrije middag, doordeweeks of in het weekend, ben ik bezig geweest met mijn roman- in - wording. En nu is de eerste versie af. Helemaal compleet. Klaar. Het verhaal heeft een hoofd, een romp en een staart gekregen. De vraag is nu of het een mooi lichaam is geworden, dat men wil zien en aanraken of dat er nog meer aankleding nodig is, juist wat uitgedaan moet worden of anders gerangschikt. En om dat te weten laat ik er anderen naar kijken, het verhaal lezen en beoordelen en van stevige kritiek voorzien, zodat het beter gaat worden, mooier. Dus voordat het hele proces ten einde is, zullen we weer een paar maanden verder zijn. Een half jaar wellicht. En dat is niet erg, want ik heb geen haast. En na het herschrijven dat ongetwijfeld nodig is na het laten tegenlezen, dan laat ik het nog een tijdje liggen, om het daarna nog een allerlaatste keer door te nemen, alle puntjes op de i te zetten, de komma's op de juiste plaats, wel of geen koppeltekens. En als dat dan ook allemaal oké is en ik er zelf van overtuigd ben dat ik er het uiterste heb uitgehaald, dan pas ga ik het opsturen naar de uitgever. Vanaf dan begint het wachten. Of het goed genoeg is om aan de openbaarheid te tonen.

Quarantaine

Vandaag verschenen in het Nieuwsmagazine Forte Fit te Elst, mijn speciaal voor dit magazine geschreven en zeer actuele verhaal:

Quarantaine

Het nieuwe jaar was nog maar net begonnen toen ik vanuit het Galamapark naar het centrum wandelde: over het Europlein, langs de fietsenmaker, de hoek om naar de Dorpstraat die er verlaten bij lag. Op het bankje voor het restaurant zat helemaal niemand. Ondanks de lage temperatuur had ik het warm gekregen van mijn wandeling en ook trek, dus veegde ik met de mouw van mijn jas de nattigheid weg van de houten planken en nam plaats. Ik haalde mijn meegebrachte boterham met kaas uit het zakje en zat daar genoeglijk voor me uit te staren, genietend van de stilte om me heen op deze doordeweekse middag. Alleen bij de drogist aan de overkant van de straat waren de deuren geopend en snelde zo nu en dan iemand naar binnen, gemondkapt de handen steriliserend bij de ingang. Verder waren alle winkeldeuren gesloten en hingen in de etalages van de kledingzaken nog steeds de kerstkleren te wachten om verkocht te worden.
Net toen ik de laatste hap naar binnen had gewerkt, een paar appjes had beantwoord en besloot verder te gaan, kwam over het Werenfriedplein een man aangelopen. Het eerste wat me opviel waren zijn lange haren en onwillekeurig schoof ik mijn inmiddels veel te lange pony weg uit mijn ogen. Tijdens de eerste lockdown had ik er zelf de schaar ingezet, iets dat ik beter niet had kunnen doen omdat de pony er uit was gaan zien als een te hoog en scheef opgetrokken rolgordijn voor het raam.
Rustig als een heer schreed de man over de gladde stenen mijn kant op en ging pal naast me zitten. In een reflex schoof ik een stuk opzij.
‘U hoeft niet bang voor me te zijn hoor,’ zei de man.
‘Anderhalve meter hè’, zei ik en ik merkte dat ik onzeker klonk, zoals altijd wanneer mensen dichter bij me kwamen dan ik wilde, alsof ik bang was om ze af te wijzen, ook al was ik zelf overtuigd van het belang van de door Mark en Jaap met klem geadviseerde regel.
De man keek me aan met een blik alsof ik een sprookje vertelde.
‘Wat is het hier rustig vandaag,’ zei hij. ‘Het lijkt wel alsof alles gesloten is.’
Ik meende dat hij me in de maling nam en besloot hier niet op te reageren, wriemelde wat met mijn handen, niet goed wetend of ik het kon maken om verder te gaan met mijn wandeling net nu de man een praatje wilde maken. Ik wreef over de kloofjes bij mijn duimen, die maar niet dicht wilden gaan.
‘Pijnlijk hè,’ zei de man en wees naar mijn handen.
‘Ja nogal. Ik was mijn handen te vaak met zeep.’
‘Niet doen, daar gaat je huid kapot van en het is nergens voor nodig.’
Ik begon me te ergeren aan de naïviteit van de man.
‘Ik denk dat het kan helpen om het virus van me weg te houden.’
Ik probeerde monter te klinken.
‘Het virus?’ zei de man en keek me bezorgd aan.
‘Het lijkt wel alsof u een winterslaap heeft gehouden,’ zei ik en ik probeerde daarbij, ondanks mijn irritatie, een glimlach tevoorschijn te toveren.
‘Zo zou je het wel kunnen noemen,’ zei hij.
Ik keek hem aan en wachtte op nadere uitleg.
Hij sloeg zijn ene been over de andere en trok zijn jas wat strakker om zich heen, alsof hij even een pauze nam om te bedenken wat hij wel en niet aan de onbekende vrouw naast hem wilde vertellen.
‘Bent u hier alleen?’ vroeg de man toen.
Ik keek opzichtig om me heen en trok mijn schouders op.
‘Sorry, ik bedoel of u ook een man heeft of een vriend of zo.’
‘Mijn man is in quarantaine,’ zei ik. ‘Ik heb geen klachten en ben negatief getest, dus ik mocht weer naar buiten. Gelukkig is mijn man niet heel erg ziek, maar de klachten zouden nog kunnen gaan toenemen de komende dagen. We zijn best wel bang.’
‘Bang voor het virus,’ zei de man nu en ik meende een verandering in zijn stem te bemerken, er was iets van empathie ingeslopen. Ook was zijn houding veranderd, alsof hij een andere rol probeerde aan te nemen.
‘Ja, bang voor het virus. Dat is toch niet zo gek? Er zijn al heel veel mensen aan overleden en het is nog lang niet weg.’
De man keek me met een ongeruste blik aan, zoals de dokter je aan kan kijken als er slecht nieuws te melden is en schoof weer wat dichter naar me toe. Ik haalde mijn mondkapje tevoorschijn in de hoop dat hij eindelijk zou begrijpen dat het voor mij menens was en dat ik mezelf zoveel mogelijk wilde beschermen.
‘Mogelijk lijdt u aan viruswaanzin,’ zei de man en keek met afschuw toe hoe ik mijn mond en neus bedekte.
‘Viruswaanzin?’ zei ik. ‘Hoe komt u daar nou bij. Ik geloof juist heel erg in het virus. Het is overal!’
De man ging hier niet op in en haalde zijn telefoon tevoorschijn. Het duurde even voor de display oplichtte, daarna toetste hij een nummer in.
‘Ik ben er weer Herman,’ hoorde ik hem zeggen.
‘Ja zeker, de rust heeft me goed gedaan. Geen tv, geen telefoon. Ook niemand gesproken. Helemaal niets en dat een jaar lang! Het was heerlijk. Kan ik iedereen aanraden. De drukte in mijn hoofd is helemaal weg.’
Ik geloofde niet wat ik hoorde, bleef uit nieuwsgierigheid zitten en luisterde ongegeneerd mee met het gesprek.
‘Over twee weken heb ik weer mijn eerste spreekuur. In het begin alleen wat lichte gevallen. Maar waar ik je over belde…’
De man keek naar mij, draaide zijn rug naar me toe en liet het volume van zijn stem dalen. Ik moest mijn oren spitsen om te horen wat hij zei.
‘Ja, in Elst, op het plein in het centrum. Duidelijk in de war. Zou jij de crisisdienst willen inschakelen?’
Was die man nou helemaal gek geworden! Ik wachtte de rest niet meer af, griste mijn tas van de bank en rende de straat op, richting de Valburgseweg. Pas bij de grote supermarkt aan het eind van de straat, waar het ondanks het virus altijd druk was, waande ik me veilig. In de verte zag ik een busje naderen.

Het familieweekend leeft nog steeds!

20190614_113716 (2).jpg

Met een warm gevoel heb ik het boek dichtgedaan, Ik stuur het nu op aan mijn zusje die het ook graag wil lezen.

Ze zeggen wel eens dat een boek het best verkocht wordt in de eerste maanden na verschijnen en dat na een jaar de meeste boeken alweer in de vergetelheid zijn geraakt. Het is slechts een select gezelschap schrijvers gegund om hun kunstwerk voor eeuwig in het collectieve geheugen te prenten. Daarom vind ik het des te leuker om twee jaar na het op de markt komen van HET FAMILIEWEEKEND nog steeds reacties te ontvangen en te vernemen dat men het boek met plezier gelezen heeft, er veel in herkende en het doorgegeven heeft aan een zus of buurvrouw of gereserveerd heeft bij de bibliotheek, waardoor ik weet dat mijn boek nog steeds leeft!

27-12-20, via mijn website ontvangen:

Dag Klaske, Ik heb het boek (familieweekend) gelezen en heb ervan genoten. Het leest prettig en ik herken patronen die je beschrijft in de relatie met broers en zussen. Ook het verzwijgen van ouders over heftige gebeurtenissen herken ik en vind het schokkend, hoe begrijpelijk ook. Mooi vind ik het onderdeel van de brieven van de moeder en dat ze het bewaard heeft voor haar kinderen. Met een warm gevoel heb ik het boek dichtgedaan, Ik stuur het nu op aan mijn zusje die het ook graag wil lezen.

1   |   2   |   3   |   4   |   5      »      [10]