Klaske Bakker, Over schrijven en boeken!
 

Quarantaine

Vandaag verschenen in het Nieuwsmagazine Forte Fit te Elst, mijn speciaal voor dit magazine geschreven en zeer actuele verhaal:

Quarantaine

Het nieuwe jaar was nog maar net begonnen toen ik vanuit het Galamapark naar het centrum wandelde: over het Europlein, langs de fietsenmaker, de hoek om naar de Dorpstraat die er verlaten bij lag. Op het bankje voor het restaurant zat helemaal niemand. Ondanks de lage temperatuur had ik het warm gekregen van mijn wandeling en ook trek, dus veegde ik met de mouw van mijn jas de nattigheid weg van de houten planken en nam plaats. Ik haalde mijn meegebrachte boterham met kaas uit het zakje en zat daar genoeglijk voor me uit te staren, genietend van de stilte om me heen op deze doordeweekse middag. Alleen bij de drogist aan de overkant van de straat waren de deuren geopend en snelde zo nu en dan iemand naar binnen, gemondkapt de handen steriliserend bij de ingang. Verder waren alle winkeldeuren gesloten en hingen in de etalages van de kledingzaken nog steeds de kerstkleren te wachten om verkocht te worden.
Net toen ik de laatste hap naar binnen had gewerkt, een paar appjes had beantwoord en besloot verder te gaan, kwam over het Werenfriedplein een man aangelopen. Het eerste wat me opviel waren zijn lange haren en onwillekeurig schoof ik mijn inmiddels veel te lange pony weg uit mijn ogen. Tijdens de eerste lockdown had ik er zelf de schaar ingezet, iets dat ik beter niet had kunnen doen omdat de pony er uit was gaan zien als een te hoog en scheef opgetrokken rolgordijn voor het raam.
Rustig als een heer schreed de man over de gladde stenen mijn kant op en ging pal naast me zitten. In een reflex schoof ik een stuk opzij.
‘U hoeft niet bang voor me te zijn hoor,’ zei de man.
‘Anderhalve meter hè’, zei ik en ik merkte dat ik onzeker klonk, zoals altijd wanneer mensen dichter bij me kwamen dan ik wilde, alsof ik bang was om ze af te wijzen, ook al was ik zelf overtuigd van het belang van de door Mark en Jaap met klem geadviseerde regel.
De man keek me aan met een blik alsof ik een sprookje vertelde.
‘Wat is het hier rustig vandaag,’ zei hij. ‘Het lijkt wel alsof alles gesloten is.’
Ik meende dat hij me in de maling nam en besloot hier niet op te reageren, wriemelde wat met mijn handen, niet goed wetend of ik het kon maken om verder te gaan met mijn wandeling net nu de man een praatje wilde maken. Ik wreef over de kloofjes bij mijn duimen, die maar niet dicht wilden gaan.
‘Pijnlijk hè,’ zei de man en wees naar mijn handen.
‘Ja nogal. Ik was mijn handen te vaak met zeep.’
‘Niet doen, daar gaat je huid kapot van en het is nergens voor nodig.’
Ik begon me te ergeren aan de naïviteit van de man.
‘Ik denk dat het kan helpen om het virus van me weg te houden.’
Ik probeerde monter te klinken.
‘Het virus?’ zei de man en keek me bezorgd aan.
‘Het lijkt wel alsof u een winterslaap heeft gehouden,’ zei ik en ik probeerde daarbij, ondanks mijn irritatie, een glimlach tevoorschijn te toveren.
‘Zo zou je het wel kunnen noemen,’ zei hij.
Ik keek hem aan en wachtte op nadere uitleg.
Hij sloeg zijn ene been over de andere en trok zijn jas wat strakker om zich heen, alsof hij even een pauze nam om te bedenken wat hij wel en niet aan de onbekende vrouw naast hem wilde vertellen.
‘Bent u hier alleen?’ vroeg de man toen.
Ik keek opzichtig om me heen en trok mijn schouders op.
‘Sorry, ik bedoel of u ook een man heeft of een vriend of zo.’
‘Mijn man is in quarantaine,’ zei ik. ‘Ik heb geen klachten en ben negatief getest, dus ik mocht weer naar buiten. Gelukkig is mijn man niet heel erg ziek, maar de klachten zouden nog kunnen gaan toenemen de komende dagen. We zijn best wel bang.’
‘Bang voor het virus,’ zei de man nu en ik meende een verandering in zijn stem te bemerken, er was iets van empathie ingeslopen. Ook was zijn houding veranderd, alsof hij een andere rol probeerde aan te nemen.
‘Ja, bang voor het virus. Dat is toch niet zo gek? Er zijn al heel veel mensen aan overleden en het is nog lang niet weg.’
De man keek me met een ongeruste blik aan, zoals de dokter je aan kan kijken als er slecht nieuws te melden is en schoof weer wat dichter naar me toe. Ik haalde mijn mondkapje tevoorschijn in de hoop dat hij eindelijk zou begrijpen dat het voor mij menens was en dat ik mezelf zoveel mogelijk wilde beschermen.
‘Mogelijk lijdt u aan viruswaanzin,’ zei de man en keek met afschuw toe hoe ik mijn mond en neus bedekte.
‘Viruswaanzin?’ zei ik. ‘Hoe komt u daar nou bij. Ik geloof juist heel erg in het virus. Het is overal!’
De man ging hier niet op in en haalde zijn telefoon tevoorschijn. Het duurde even voor de display oplichtte, daarna toetste hij een nummer in.
‘Ik ben er weer Herman,’ hoorde ik hem zeggen.
‘Ja zeker, de rust heeft me goed gedaan. Geen tv, geen telefoon. Ook niemand gesproken. Helemaal niets en dat een jaar lang! Het was heerlijk. Kan ik iedereen aanraden. De drukte in mijn hoofd is helemaal weg.’
Ik geloofde niet wat ik hoorde, bleef uit nieuwsgierigheid zitten en luisterde ongegeneerd mee met het gesprek.
‘Over twee weken heb ik weer mijn eerste spreekuur. In het begin alleen wat lichte gevallen. Maar waar ik je over belde…’
De man keek naar mij, draaide zijn rug naar me toe en liet het volume van zijn stem dalen. Ik moest mijn oren spitsen om te horen wat hij zei.
‘Ja, in Elst, op het plein in het centrum. Duidelijk in de war. Zou jij de crisisdienst willen inschakelen?’
Was die man nou helemaal gek geworden! Ik wachtte de rest niet meer af, griste mijn tas van de bank en rende de straat op, richting de Valburgseweg. Pas bij de grote supermarkt aan het eind van de straat, waar het ondanks het virus altijd druk was, waande ik me veilig. In de verte zag ik een busje naderen.

 Terug
Geplaatst: 14-02-2021 12:38:05

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactieformulier