Klaske Bakker Over schrijven en boeken
Klaske Bakker, Over schrijven en boeken!

Het familieweekend

Het familieweekend V LR.jpg

schrijven, verbeteren, schaven, schuren, herschrijven, analyseren, informeren, tegenlezen, herschrijven, uitgevers, wachten, redigeren, puntjes, komma's, groene boekje, binnenwerk, nakijken, omslag, omslagtekst, kleuren...

Jaren later:

HET FAMILIEWEEKEND  is bijna een feit!

Nog 5 nachtjes slapen!

 

 

Er zijn (nog) geen artikelen geplaatst.

Nieuw boek!

20190127_142148.jpg

Ik kreeg van Vrouwen van Nu te Heteren een uitnodiging om te komen vertellen over mijn boek 'Blauwe tongen'. Het was een heel gezellig samenzijn, de dames waren erg geinteresserd in mijn verhalen en velen kochten mijn boek.
Een mooie afsluiting van 'drie jaar Blauwe tongen'!

Over ruim twee maand verschijnt mijn nieuwe boek. Een roman deze keer. De komende weken zal ik hier meer over vertellen.

Bibliotheek

Bieb 4.png

Als ik vertel dat mijn boek ook te leen is bij de bibliotheek, zijn mensen vaak verrast. 

'Maar je hebt natuurlijk liever dat men het boek koopt,' zeggen ze dan. 

Ja, natuurlijk wil ik dat het liefst. Dat de boekwinkels mijn boeken niet aan kunnen slepen. De stapels bij de kassa binnen een week geslonken zijn tot nul.

Maar toch vind ik het ook fijn om een overzicht te ontvangen van Stichting Lira en te vernemen dat 'Blauwe tongen' vele malen is uitgeleend via de bieb het afgelopen jaar!

 

Er zijn (nog) geen artikelen geplaatst.

Naar tante

bonbons 2.jpg

Dat je op bezoek gaat bij je tante in het Noorden van het land. Je speciaal voor haar Belgische pralines hebt gekocht, omdat je weet dat ze daar zo van houdt.

Dat je op weg naar haar toe in de file komt te staan en merkt dat je honger hebt. Je aldoor moet denken aan de doos met bonbons in de tas, mooi verpakt door de dame in de delicatessenzaak. 

Dat je probeert de verleiding te weerstaan. Het zelf een belachelijk idee vindt om zelfs maar te denken dat...

Dat de file maar duurt en duurt en je ongemerkt begint te peuteren aan de plakbandjes, het papier voorzichtig losscheurt, alsof dat nog iets zou uitmaken.

Dat je na wat geharrewar de eerste bonbon uit de doos wipt. De geur van chocolade je bewelmt, de vloeibare karamelvulling zachtjes op je tong smelt. Je na die ene nog een andere wilt proberen. Die grote met dat nootje er bovenop. 

Dat, zo gauw de eerste auto's weer langzaam beginnen te rijden, de doos al half leeg is. Je je een beetje misselijk voelt, maar ook voldaan.

Dat je bij een benzinepomp stopt en voor tante een bosje bloemen koopt. Met een doorzichtig cellofaantje er omheen. 

Knisper, knasper

Knisper, knasper...

Het is 10 uur in de ochtend.
Ik ben alleen thuis.
Als ik op de bank zit met een kop koffie,
hoor ik iets,
vlak bij mijn voeten.
Knisper, knasper.
Onwillekeurig trek ik mijn voeten op.
Na een korte stilte hoor ik het opnieuw.
Ik sta op.
Kijk onder de bank,
achter de gordijnen.
Ik zie niets.
Het zal wel iets buiten zijn.
Een kat in het grint.
De buurman in de tuin.
Ik schuif de vitrage opzij,
maar zie niets.
De straat is verlaten,
iedereen naar het werk.
Voor mij wordt het ook tijd.
Ik ga de deur uit.

Het is 20 uur in de avond.
Samen met J. zit ik op de bank.
We kijken naar het journaal.
Dan hoor ik het weer.
Knisper, knasper.
'Ik meen steeds iets te horen,' zeg ik.
'Ja, ik ook,' zegt J.
'Gisteren ook al. Ik heb overal gekeken, maar zag niets.'
'Misschien in de convectorput?'
'Daar kan toch niets inkomen?'
'Toch zo maar even kijken. Jij moet het doen. Ik durf niet.'
Ik denk aan ratten in de kruipruimte,
die na lang knagen onze convectorput hebben bereikt,
en nu nog slechts door een rooster van ons gescheiden zijn.

Ik haal een lamp op.
Samen schuiven we de bank opzij.
Dan ga ik naar de keuken,
want er is nog van alles te doen.
Ik hoor hoe J. het rooster optilt.
Stilte.
Geen gegil.
Geen getrippel van pootjes op het parket...
Voorzichtig kijk ik de kamer in.
J. tuurt in het gat.
'Ik zie het al,' zegt hij.
Behoedzaam loop ik naar hem toe.
'Kijk maar. Daar!
Hij wijst naar beneden.
En dan zie ik het zitten.
In het allerverste hoekje.
Doodsbang.
Verstijfd.
Het is een pad.
Een hulpeloos wezentje.
J. knielt bij de put,
en pakt het diertje op.
Het wrattige lijfje trilt in zijn handen.
Samen brengen we het naar de tuin,
en zetten het neer in het natte gras.
Eerst blijft het zitten,
nog steeds bang.
Dan neemt het een sprong,
en nog één.
Dan is het verdwenen.
Ons padje.

[1]      «      1   |   2   |   3   |   4   |   5      »      [10]